Ingezonden: Wat als de waterbom valt?
In dit artikel:
Water Natuurlijk zegt zich gesteund te voelen door het recente rapport van de Onderzoeksraad voor de Veiligheid over gevaarlijke effecten van extreme neerslag. De raad stelt dat het voorkomen van overlast en onveilige situaties te weinig prioriteit krijgt, dat doelen vaag zijn en dat er ontbrekende sturing is — punten waar Water Natuurlijk al jaren op wijst.
Al ruim twintig jaar bestaat er in Nederland beleid om regionale watersystemen (slootjes, vaarten, stedelijke afvoer) klimaatbestendig te maken: het KNMI leverde zwaardere neerslagscenario’s en er waren bestuurlijke afspraken om systemen vóór 2015 op orde te krijgen en daarna te onderhouden. Op de Zuid-Hollandse eilanden stokte die uitvoering echter: bestuurlijke scepsis, financiële bezwaren en het doorschuiven van maatregelen zorgden voor grote achterstanden. De wettelijke normering voor watersystemen werd uiteindelijk verplaatst naar 2027.
Juridisch heeft de provincie via de Omgevingsverordening vastgelegd dat stedelijk gebied bescherming moet bieden tot maximaal een kans op overstroming van eens per 100 jaar. Cruciaal blijft echter welke neerslagreeksen daarvoor als uitgangspunt gelden. Water Natuurlijk vroeg de provincie Zuid-Holland die keuze concreet vast te leggen; de provincie weigerde en laat de waterschappen zelf bepalen welke gegevens ze gebruiken. Die bestuurlijke onduidelijkheid voedt twijfel over de zelfrapportage van waterschappen: de Unie van Waterschappen stelt dat 99,5% van de systemen aan normen voldoet, maar in de praktijk blijkt op de Zuid-Hollandse eilanden duizenden hectaren extra bergingsruimte nodig te zijn.
Water Natuurlijk waarschuwt dat burgers en bedrijven bij een extreme neerslaggebeurtenis niet te veel op overheidshulp moeten rekenen en hoopt dat de aanbevelingen van de Onderzoeksraad wél tot concrete maatregelen en betere aansturing leiden. Joost Kievit, voorzitter van Water Natuurlijk, ondertekent de oproep.